zondag 25 oktober 2015

De impact van de spoorwegen op de prostitutie

C. Monet (Bron)
Hoe belangrijk de spoorwegen voor negentiende-eeuws Nederland zijn geweest werd ons onlangs weer duidelijk, toen Chris en ik een bezoek brachten aan het Spoorwegmuseum in Utrecht. Behalve een replica van de eerste trein uit 1839 en tentoonstellingen biedt het museum een mooie collectie spoorboekjes. Op aanvraag zijn ze te bekijken in de bibliotheek. De informatie geeft een interessant beeld over de groei van het openbaar vervoer in de negentiende eeuw en maakt daarmee ook de invloed op de prostitutiemarkt inzichtelijk. 

Bladerend door de verschillende jaargangen van de negentiende-eeuwse boekjes vallen een viertal zaken op: de groei van het aantal spoorlijnen, de stijging van de treinritten op een traject, de duur van een treinrit en de prijzen voor de kaartjes.

Spoorlijnen in Nederland in 1878 en 1892(1)
Na de aanleg van de eerste spoorlijn in 1839 tussen Amsterdam en Haarlem, neemt het aantal spoorverbindingen in de loop van de eeuw toe; in 1878 lopen enkele spoorlijnen vanuit het oosten naar het westen van het land, in 1892 is dit aantal sterk gestegen. Dat geldt ook voor de lijnen met Duitsland en België. Bovendien stijgt het aantal ritten per traject. Het wordt dus eenvoudiger om een keuze te maken op welk tijdstip men een treinreis wil ondernemen. De duur van de tocht blijkt korter te zijn dan die van haar concurrenten: de diligence en trekschuit.(2) Tot slot zullen de kosten van een treinkaartje in de negentiende eeuw hetzelfde blijven. In een periode waarin de lonen en koopkracht stijgen wordt het aldus steeds aantrekkelijker om voor de trein te kiezen.

De verbeterde infrastructuur in een periode van economische groei maakt met name West-Nederland met haar drie grote steden: Amsterdam, Rotterdam en Den Haag tot een magneet voor arbeidsmigranten uit de armere streken. De transitie heeft een impact op de samenleving en dus ook alle betrokkenen in de prostitutiebranch: de prostituees, bordeelhouders en klanten.(3)

Bron: ELEO
Prostituees
De afstand tussen de geboortestad en de plaats waar vrouwen als prostituee gaan werken wordt groter. Bovendien kunnen ze via de trein de stad snel verlaten als ze zwanger zijn, vermoeden een geslachtsziekte onder de leden te hebben of bonje krijgen met de bordeelhouder. In het archief van Leiden zijn briefjes van prostituees te vinden waarin ze aan de politie uitleg geven waarom ze de stad hebben verlaten (zie bijvoorbeeld het briefje hiernaast van een prostituee die het bordeel van Winkelaar in haast verlaten heeft)(4)

Bordeelhouders Met het wegvallen van het lokale aanbod van prostituees die makkelijker alternatieve banen vinden in deze periode van economische groei, worden bordeelhouders gedwongen om hun netwerken van tussenhandelaars te vergroten. De uitbreiding van het sporennetwerk helpt hen om een nieuwe groep prostituees aan te trekken die vaak afkomstig zijn uit Duitsland en België.

Prostituanten Voor klanten wordt het eenvoudiger om de trein te nemen naar een van de drie grote steden: Amsterdam, Rotterdam of Den Haag. In deze steden bloeit de illegale prostitutie op en is er een grotere garantie om anoniem te blijven. Met name in de laatste twee decennia van de eeuw wordt anonimiteit voor de klant belangrijker. De negatieve aandacht in de media en de strijd tegen de prostitutie door diverse sociale groepen die klanten aanspreken op hun gedrag, zijn hier debet aan.

Conclusie
Met de uitbreiding van de spoorwegen concentreert de prostitutiemarkt zich steeds meer in de grote steden. Prostituees komen minder vaak uit de lokale omgeving en ook hun klanten kunnen via het spoor grotere afstanden afleggen. Vraag en aanbod is niet langer een lokale aangelegenheid, maar heeft zich uitgebreid naar nationale schaal.

Noten
1. Spoorwegmuseum (SWM): Van Santen’s officiële reisgids voor Nederland met de correspondentiën naar Duitsland, België en Frankrijk (Leiden 1878 en 1892).
2. De reis per diligence of trekschuit van Amsterdam naar Haarlem doet er ongeveer 2 uur over. De trein ongeveer 25 minuten.
3. Zie mijn MA-scriptie: Wilma van den Brink, Zedelijk Haarlem: de invloed van de moderne economische groei op het verloop van de Haarlemse prostitutie in de tweede helt van de negentiende eeuw (Masterscriptie VU; Amsterdam 2008) 6; 62-69.
4. Erfgoed Leiden En Omstreken (ELEO), Gemeentepolitie Leiden 1853-1993, inv nr. 2387.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten