zondag 1 april 2012

Prostitutie in de kroeg

"Waar gaat gij? Ik ga zien de Damesbediening in het Cafe "De Nederlanden", O.Z. Achterburgwal 177."(1) Kaarten met dergelijke teksten werden in de negentiende en begin twintigste eeuw op straat in de hoofdstad uitgedeeld aan voorbijgangers. Indirect wezen de berichten op de bereidwilligheid van de dames in de bediening die verder ging dan de verkoop van drank. Enerzijds vormden de kroegen een doorn in het oog voor organisaties die de prostitutie bestreden, anderzijds werd de illegale prostitutie juist bevorderd door de economische vooruitgang en wellicht ook door het overheidsbeleid. 


De Middernachtzending
Een organisatie die de prostitutie op straat bestreed was de Middernachtzending. Leden van deze christelijke groepering waren vaak voor de ingangen van kroegen te vinden om bezoekers te waarschuwen voor de illegale praktijken in het café. Maar in tegenstelling tot wat de organisatie dacht, betekende de aanwezigheid van vrouwelijke bediening niet dat iedere kroeg een illegaal bordeel was. De Haarlemse krant De Spaarnbode berichtte dat de aanwezigheid van de Middernachtzendelingen in de Warmoesstraat van de stad had geleid tot "groote ergernis van de bewoners dier straat" (2) Toch nam deze vorm van prostitutie vooral in de drie grootste Nederlandse steden toe aan het einde van de negentiende eeuw (3).

Illegale prostitutie in de grote steden
De afname van de legale prostitutie leidde in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag tot een groei van het aantal kroegen met damesbediening. Dit werd gestimuleerd door de verbeterde bereikbaarheid van de steden via het groter wordende spoorwegennet. In combinatie met de economische groei werden deze steden aantrekkelijke gebieden voor een kort bezoek van andere bewoners in het westen en voor werkzoekenden uit het armere oosten van Nederland. De drie steden groeiden snel door deze laatste categorie. Het hoge aantal inwoners bevorderde ook het gevoel van anonimiteit onder prostituanten. De kans werd immers kleiner om bekenden tegen te komen in een grote stad. Kroegen waren geschikte omgevingen voor mannen om anoniem gebruik te maken van de illegale prostitutie (4). Bovendien kwamen arbeiders vaak in kroegen en waren ze onderdeel van het dagelijks leven.

Arbeiders in de kroeg
Kroegen waren in de negentiende eeuw belangrijke plaatsen voor ontspanning. Daarnaast kon er een nauwe band bestaan tussen het café en het werk van de arbeider, zoals blijkt uit dit Haarlemse "ervaringsbericht" van omstreeks 1900:
Aan de Brouwersvaart hier had je een kroegje, vlak naast de fabriek. Na het werk wipten ze daar allemaal even langs en hup gauw een slokkie voor ze naar huis gingen.En dan was het zaterdags afrekenen. In die kroeg. Een rij bij de vent die uitbetaalde en een rij voor de tapkast om hun schuld te betalen. Daar bleven ze de hele dag hangen.(5)
Het was dus niet vreemd om vermaak en ontspanning te vinden in de cafés. Toch was de roep om het drankgebruik aan banden te leggen ook sterk. In 1881 had de overheid met de invoering van de drankwet al de eerste stappen gezet.

Drankvergunningen
Om het aantal kroegen te verminderen werden in de drankwet van 1881 de kosten voor de drankvergunning  fors verhoogd (6). In een stad als Haarlem verdubbelden bijvoorbeeld de kosten ruim in minder dan tien jaar (7). Eén alcoholische drank kon men zonder vergunning blijven verkopen: bier. De door de overheid opgelegde accijns hadden het product niet populair gemaakt. In koffiehuizen werd de drank nog wel aangeboden, maar was het -om kosten te besparen- vaak gemengd met water, hetgeen de kwaliteit niet ten goede kwam en het product nog minder populair maakte (8).

De drankwet en illegale prostitutie
Hoewel de drankwet het aantal kroegen moest beperken, steeg volgens de literatuur het aantal buffetjuffrouwen in kroegen.(9) Het zou daarom interessant zijn om eens na te gaan in hoeverre men een relatie kan leggen tussen het verloop van het aantal kroegen in de drie grote steden en het aantal buffetjuffrouwen. Om meer inkomsten te werven voor het betalen van de alcoholvergunning zou het bijvoorbeeld aantrekkelijk kunnen zijn om als eigenaar de damesbediening te stimuleren en daardoor meer inkomsten te werven uit de "klantvriendelijke" benadering van de dames. De nieuwe drankwet zou aldus de illegale prostitutie bevordert kunnen hebben. Om dit goed te onderzoeken zou je echter betrouwbare aanwijzingen moeten hebben dat er in een café illegale prostitutie plaatsvond. Dat kan bijvoorbeeld door na te gaan of...
  • er kaarten met reclame voor damesbediening bestaan bij het archief. En zo ja, om welke adressen en eigenaren het gaat 
  • hoeveel buffetvrouwen en wellicht dienstboden er in dienst waren (bijvoorbeeld in dienstbodenregisters, bevolkingsregisters, vreemdelingenregisters) en of er een hoog verloop was van het personeel. 
  • in politiearchieven, (geheime) gemeenteverslagen en jaarverslagen van de gemeenten nagaan of er melding gemaakt wordt van dergelijke kroegen en de eigenaren. 

Tot slot
Dat er een relatie tussen illegale prostitutie in kroegen zou zijn, is niet vreemd; kroegen waren veelbezochte plaatsen om te ontspannen. Met de afname van de legale bordelen werden kroegen met damesbediening interessante omgevingen voor prostituanten. Bovendien zou de overheid deze dekmantel voor illegale bordelen gestimuleerd kunnen hebben met de invoering van de drankwet. Maar om er, net als de Middernachtzending, vanuit te gaan dat achter iedere kroeg een verborgen bordeel schuilging, is natuurlijk onzin. Om een beeld te krijgen van de omvang zou men daarom kritisch bronnen met elkaar moeten vergelijken en combineren. Ik ben benieuwd naar het resultaat.


Noten
1. J.F. Slobbe, Bijdrage tot de geschiedenis en de bestrijding der prostitutie te Amsterdam (Amsterdam 1936) 94.
2. De Middernachtzendeling, februari 1895.
3. M. Bossenbroek en J. Kompagnie, Het mysterie van de verdwenen bordelen (Amsterdam 1998) 282.
4. W. van den Brink, 'Zedelijk Haarlem' in: Koen Matthijs e.a. (eds), Leven in de Lage Landen (Gent 2010) 283.
5. Geciteerd in: J.C. van der Stel, Drinken, drank en dronkenschap: vijf eeuwen drankbestrijding en alcoholhulpverlening in Nederland (Hilversum 1995). Kijk ook in: N. Manneke, 'Reacties van Rotterdamse burgers op de migratie rond 1900' in: P. van de Laar e.a. (eds), Vier eeuwen migratie: bestemming Rotterdam (Rotterdam 1998) 177 en R. van Uyten, Geschiedenis van de dorst. Twintig eeuwen drinken in de lage landen (Leuven 2007) 235.  
6. Het aantal drankvergunningen en de kosten voor een vergunning werden jaarlijks in de Staatscouranten per stad genoteerd.
7. Van den Brink, 'Zedelijk Haarlem', 278.
8. Van der Stel, Drinken, drank en dronkenschap, 70-71.
9. Bossenbroek en Kompagnie, Het mysterie, 282 en L. Lucassen, 'Het einde van een migratieregime: buitenlanders in Holland gedurende de negentiende eeuw', Holland 33 (2000) 209.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen